Dag lezer,
Dankzij spitstechnologie is het nu ook mogelijk om aan ‘de-extinctie’ te doen: uitgestorven soorten terug tot leven te wekken. Dat heeft het Amerikaanse bedrijf Colossal Biosciences gedaan met de reuzenwolf, een soort die ongeveer tienduizend jaar geleden uitstierf, waarschijnlijk omdat zijn prooidieren zoals bizons en mammoeten opraakten door jagende mensen. Met genetisch knip-en-plakwerk beweert Colossal Biosciences erin geslaagd te zijn de ‘ijstijdwolf’ weer tot leven te hebben gewekt. Op een geheime locatie ergens in de VS zouden momenteel drie welpjes spelen die het resultaat zijn van die hocus-pocus, zo luidt de claim. Ze zijn groter en hebben een lichtere vacht dan de hedendaagse grijze wolf.
De claim wekt niet enkel bewondering op, maar lokt ook kritiek uit. Zo wijzen wetenschappers erop dat de reuzenwolfjes “eerder een mengelmoes zijn van de grijze wolf en de ijstijdwolf dan een identieke kloon van die laatste”. En omdat de prehistorische context al lang niet meer bestaat en deze welpjes ook niet zullen opgroeien in een roedel reuzenwolven, zullen ze zich niet ontwikkelen zoals echte reuzenwolven deden.
Ook bij de filosofie achter dit experiment worden vraagtekens geplaatst. Colossal Biosciences wil met de-extinctie de biodiversiteit herstellen, nu steeds meer soorten aan een sneltempo verdwijnen. Maar zo “herleidt Colossal een complex probleem tot een makkelijke ‘techno-fix’ die de aandacht afleidt van de echte problemen”, schrijft Linde De Vroey, filosofe aan de Universiteit Antwerpen en auteur van Verwilderen. Over de grenzen van natuur en cultuur. “Elke soort, teruggebracht of niet, heeft in de eerste plaats nood aan een geschikte habitat. De voornaamste oorzaak van de hedendaagse massa-extinctie is het verdwijnen van leefgebied voor menselijke exploitatie zoals landbouw, bosbouw en industrie. Om dat op te lossen, moet er ruimte en bescherming komen voor wilde natuur. Daar zal de de-extinctie van prehistorische dieren weinig aan kunnen veranderen.” Met andere woorden: de techno-fix blijkt razend aantrekkelijk maar te simplistisch.
In Nieuw-Zeeland zetten ze geen techno-fix in maar gaan natuurbeschermers artisanaal te werk om de bedreigde kiwi, een vogelsoort die bizar genoeg niet kan vliegen, te behoeden voor uitsterven. Met een miljoenensubsidie van de overheid bestrijden talloze kenners en vrijwilligers momenteel de vijand nummer één van de kiwi: de hermelijnen. “Want de kiwi hoort hier thuis en is ons nationaal symbool”, klinkt het. Ook dat is een krampachtige manier van natuurbehoud of -herstel die zich richt op één enkele soort, terwijl er vooral een enorme nood is aan het herstel van de omgeving waarin al die geliefde soorten leven.
Het is vaak de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek: wij en andere dieren worden direct beïnvloed door onze omgeving, en alles wat wij met onze omgeving doen beïnvloedt ons en andere dieren direct. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de wilde zalm, die sneller en roekelozer wordt onder invloed van medicijnresten in waterlopen.
En voor de mens, bij wie milieu-invloeden het risico op de ziekte van Parkinson verhogen. “De ziekte van Parkinson is voor zo’n twintig procent genetisch bepaald en voor tachtig procent door de omgeving”, concluderen onderzoekers. Het gaat daarbij onder andere om pesticiden, de stof trichloorethyleen (TCE), die onder meer gebruikt wordt als ontvetter, oplosmiddel en in verfverwijderaar, en mogelijk ook luchtvervuiling. Het opstapelende bewijs voor milieu-invloeden stemt Bas Bloem, die het Radboudumc Expertisecentrum voor Parkinson & Bewegingsstoornissen leidt, hoopvol, zo bericht collega Dieter De Cleene. “Ik ben overtuigd dat de ziekte van Parkinson grotendeels een door de mens veroorzaakte ziekte is”, zegt hij. “Dat betekent ook dat de meeste gevallen vermijdbaar zijn, als we werk maken van een schoon milieu.”
Die wisselwerking tussen ons lichaam en de omgeving is doorgaans complex en dat leidt soms tot onverwachte oplossingen. Zo toont recent onderziek aan dat vaccinatie tegen gordelroos (een infectie veroorzaakt door het waterpokkenvirus) ook blijkt te beschermen tegen dementie. Dat concluderen Amerikaanse onderzoekers die zeven jaar lang een groep ouderen in Wales volgden. In de gevaccineerde groep daalde het risico op dementie met twintig procent.
Ook in de wereld van de elementaire deeltjes, de bouwstenen van onze werkelijkheid, is de impact van de omgeving groot. Zo is aangetoond dat de metingen van de deeltjes hun gedrag beïnvloeden. Om die bevreemdende wereld nog dieper te doorgronden, willen onderzoekers een nieuwe, nog krachtigere deeltjesversneller bouwen dan de Large Hadron Collider, de grootste machine ter wereld. Alleen is niet iedereen het eens over welke machine dat dan precies moet worden.
Wellicht het meest indrukwekkende en bedreigende voorbeeld van hoe wij onze omgeving beïnvloeden en hoe dat ons op zijn beurt impacteert, is de klimaatontwrichting. Uit nieuw onderzoek van de Europese satellietdienst Copernicus blijkt dat Europa nu bijna 2,5 graad warmer is door de klimaatverandering dan vóór 1900, zo bericht collega Maarten Keulemans.
Dat is aanzienlijk meer dan de gemiddelde opwarming van het wereldklimaat, dat vorig jaar voor het eerst een opwarming van anderhalve graad (tegenover pre-industriële niveaus) overschreed. Dat komt omdat wij op een ‘klimaathotspot’ wonen, een plek waar de opwarming van de aarde extra hevig toeslaat. “Vooral sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw gaat het in Europa hard”, zegt Copernicus-hoofdonderzoeker Samantha Burgess. “Europa warmt nu twee keer zo snel op als het wereldwijde gemiddelde. En daarmee is Europa het snelst opwarmende continent ter wereld.” Bovendien lijkt die opwarming te versnellen.
Ondertussen zijn we op weg om die opwarming van de aarde nog verder aan te wakkeren met ons nieuwste speeltje: artificiële intelligentie. De datacentra die al die ‘slimme’ toepassingen mogelijk maken, zullen tegen 2030 vier keer zoveel energie slurpen dan ze nu al doen. Volgens de nieuwe analyse van het Internationaal Energie Agentschap zullen alle AI-toepassingen in totaal evenveel energie verbruiken als Japan vandaag. En slechts de helft daarvan zal opgewekt worden met hernieuwbare bronnen.
Een nijpende kwestie die daarmee samenhangt, is de vraag of hernieuwbare energiebronnen er snel en op voldoende grote schaal komen. Je hoort vaak dat de prijs van zonne-en windenergie de laatste jaren spectaculair is gedaald. Dat klopt ook. Maar expert klimaateconomie Brett Christophers (Universiteit van Uppsala) legt in zijn boek The Price is Wrong uit dat niet de prijs, maar de verwachte winstgevendheid doorslaggevend is. Momenteel is de op zich indrukwekkende uitrol van groene elektriciteit niet voldoende om stroom uit fossiele brandstoffen te verdringen.
Dat komt vooral doordat, zoals Christophers uiitlegt, de potentiële winst van zonne-en windenergieparken nog altijd structureel lager ligt dan die van fossiele projecten. En voor financiers is die winstgevendheid doorslaggevend. Daarom redden de lage prijzen voor groene energie het klimaat momenteel nog niet. Kortom: ook deze techno-fix blijkt ingewikkelder dan vermoed.
Eenvoudige groeten,
De wetenschapsredactie
Klik hier om een nieuwe paragraaf te starten